R.K. Parochie H. Eligius Schinveld

Geschreven in de palm van Gods hand

Zo nu en dan komt er een brief binnen dat iemand niet langer lid van de Kerk wil zijn. Meestal zijn het mensen die als kind gedoopt zijn, hetgeen de keuze van hun ouders was. Deze hebben beloofd om hun kind vertrouwd te maken met het geloof in Jezus. Je voelt de pijn van ouders, die dat oprecht geprobeerd hebben, maar nu zien dat hun kind nooit echt is ingegroeid in de kerk of door bepaalde ervaringen zich van de kerk heeft afgekeerd. In het eerste geval bevestigen zij dat zij nooit iets met de genade van de doop hebben gedaan. In het tweede geval zit er een pijn die niet bespreekbaar is. Al wil men niet meer behoren tot de Kerk, het doopsel kan niet ongedaan worden gemaakt. Het is een eenmalig gebeuren dat altijd geldig blijft. “Je naam staat geschreven in Gods hand” betekent dat God een mens nooit laat vallen en de deur voor iedereen open blijft staan. In die laat de kerk te allen tijde de deur open staan voor mensen die op hun keuze terugkomen.

Bij de doop van Jezus wordt wel het woord doop genoemd, maar het heeft een andere betekenis. Voor de Joden was de doop vergeving ontvangen en opnieuw beginnen zoals het sacrament van boete en verzoening. Het oude leven zonder God bleef achter in het water en de gedoopte kwam als herboren mens uit het water, vervuld van Gods Geest. Jezus wilde niet boven de mensen staan en liet zich daarom onderdompelen in de Jordaan. Dit was tegen de wil van Johannes de Doper die Jezus zag als de Messias, degene die zonder fout of smet was. Het feit dat vanuit de hemel een stem klonk “Dit is Mijn Zoon, mijn veelgeliefde, in wie ik welbehagen heb” tekent de bijzondere positie van Jezus. Hij plaatst zichzelf niet boven de mensen, maar het is God die aan Hem een bijzondere duiding geeft. De overeenkomst met de doop van Jezus en ons is dat na de doop het leven anders wordt. Jezus laat dat zien in zijn openbare leven.

Mensen die op latere leeftijd kiezen om als christen verder te gaan hebben een ander uitgangspunt dan een kind dat gedoopt wordt. Zij kiezen er bewust voor om vanuit het evangelie te leven en dit waar te maken binnen het leven van de geloofsgemeenschap. Het is altijd een weldaad om mensen te ontmoeten voor wie het geloof heel belangrijk is. Met hen in gesprek gaan doet ons de liefde voelen die God voor ons heeft. En laat  ons beseffen dat in goede tijden dankbaarheid heerst en in moeilijke tijden houvast en troost. Het geloof groeit naarmate wij meer met de Heer verbonden zijn. Bij de besprenkeling met water als schuldbelijdenis bij het begin van de mis wordt ook gezegd: “moge de genade van het doopsel in ons vernieuwd worden”. Jezus wist een evenwicht te scheppen tussen mensen opzoeken en in de stilte van het gebed God opzoeken. Mogen wij op die manier ons doopsel concreet vormgeven.

Huub Adema