R.K. Parochie H. Eligius Schinveld

De ander op de eerste plaats

Mensen raken er snel aan gewend om bewonderd en toe gejuicht te worden. Zo maakte ik het mee dat in een communie-mis na elk liedjes van de communicanten uitbundig geklapt werd. Op een voetbalveld volgen ouders of grootouders als grote supporters de wedstrijd en ieder doelpunt wordt ondersteund met gejuich en eerbetoon. Wanneer in de muziekwereld een stuk muziek ten gehore wordt gebracht is een welgemeend applaus of zelfs een knuffel op zijn plaats. Op zich is het ook goed om mensen te bevestigen in datgene wat men goed doet. Daar groeit het zelfvertrouwen van. Het tegenovergesteld is dat de eigendunk groeit en mensen zichzelf in het centrum van het leven plaatsen. Zij groeien op als prinsen en 

prinsessen, die het niet kunnen verdragen dat een ander het beter doet, belangrijker is of meer resultaat behaalt. Onderschikt zijn aam iemand anders is dan heel erg moeilijk en wordt vaak niet verdragen.  In een samenleving, waarin te veel van dit soort koninklijke wezens rondloopt komt aandacht voor de ander er bekaaid af.
Bij Johannes de Doper zien wij het omgekeerde. Hij is de voorbereider van de komst van Jezus. Hij kende zijn plaats en maakte de verwachting van de mensen, die de komst van de bevrijder verwachtten, concreet. Wij moeten deze bevrijder een welkome ontvangst bereiden: “Bereidt de weg van de Heer”. Het is een oproep tot bekering. Wanneer Jezus zichtbaar wordt, treedt hij terug. Dat spreekt ook uit zijn woordgebruik: “Zie het Lam Gods dat de zonder der wereld wegneemt”. En verder: “Achter mij komt een man die vóór mij is”. Johannes doopte slechts met water. “Hij is het die doopt met de Heilige Geest”. Hiermee geeft Johannes zichzelf een plek in het totale gebeuren: het gaat om Jezus. Of zoals de apostel Paulus het zo mooi formuleert: Naarmate ik kleiner word, wordt Jezus groter”. In zo’n omgaan met de ander voel je een ruimte van leven, waarin de ander groeien kan. En waar geluk, liefde en geloof kan zijn.
De ander de eerste plaats hangt samen met het karakter van iemand. In dienstverlenende beroepen zie je hoe mensen niet zich niet beroepen op professionaliteit, maar vooral hun menslievendheid zichtbaar maken. Zo zei een verpleegster in Lourdes tegen mij, die alles voor de zieke pelgrims deed: als ik de mensen kan helpen en blij maken, dan ben ik zelf ook blij”. Bij zulke mensen voelen wij ons thuis. Zij scheppen een sfeer waarin het niet om onszelf gaat, maar om de ander. Je treedt terug om de ander ruimte te geven om te groeien. Niet iedereen heeft hetzelfde karakter. Het kan soms ook negatief zijn. Bij het exorcisme-gebed bidden wij: moge het goede in deze mens ontplooiingskansen krijgen en het negatieve zo weinig mogelijk kansen krijgen. Een mooie gedachte om niet te zeggen: “Je moet mij nemen zoals ik ben”, maar ik wil groeien naar Jezus” gesteltenis. Dan zal Zijn Geest ons versterken. (Huub Adema)