R.K. Parochie H. Eligius Schinveld

De ongelovige Tomas

We horen in het evangelie het verhaal van Tomas, in de volksmond: de ongelovige Tomas. Voor Tomas stond vast: dood is dood. Terwijl hij toch iemand was die Jezus echt gezien en gehoord en ook meegemaakt had. Wat dit evangelie van Johannes ons in ieder wel probeert duidelijk te maken is, dat de Jezus die verrezen is, dezelfde Jezus is die aan het kruis is gestorven. Kom hier met uw vinger en bezie mijn handen. Steek uw hand uit en leg die in mijn zijde en wees niet langer ongelovig maar gelovig.
Concreter kan het niet. Het is dezelfde Jezus die zieken genas, die mensen die aan de kant stonden er weer bij haalde. Dezelfde Jezus met wie ze drie jaren zijn opgetrokken. Tomas hervindt zijn geloof in de ontmoeting met de verrezen Heer en zijn mede-apostelen. Wij kunnen een tweelingbroer of -zus van Tomas zijn. Wij twijfelen ook, zekerheden worden in deze tijd onzekerheden. We vragen hoelang gaat de crisis nog duren? Wordt het weer als vóór de crisis? Veel vragen en nog geen antwoorden. Maar dat is niet de hele werkelijkheid. Er zijn veel hoopvolle tekenen. Kijk om je heen. Er zijn vele zieken, er gaan mensen dood, allemaal trieste gebeurtenissen. Maar van de andere kant zijn er overal mensen die zich inzetten om lijden te verlichten, om mensen bij te staan. Mensen die anderen niet aan hun lot overlaten, die bijspringen en hulp bieden, die niet alleen aan zichzelf denken. Mensen die door hun inzet en liefde geloof en hoop bewaren.

De crisis brengt, ondanks de anderhalve meter afstand, mensen dichter bij elkaar. Zeer velen blijven geloven in de goede krachten van mensen. Johannes schrijf in zijn evangelie: Gelukkig zij die zonder te zien toch tot geloven komen. Misschien kunnen we het nu wat anders zeggen: Gelukkig zij die ondanks alles te zien toch hun geloof bewaren. Jezus leerde juist: eerst geloven, dan ga je de dingen anders zien.

Ben Gorissen