R.K. Parochie H. Eligius Schinveld

Van leren kennen naar dragen

Mensen zijn geïnteresseerd in de ander door uiterlijke kenmerken. Zo is bekend dat professor Schillebeeckx door veel studenten bewonderd werd door ogen en haren. Datgene wat wij graag bij onszelf willen bewonderen wij in anderen. Naarmate wij de ander beter leren kennen ontdekken wij dat niet alles bewonderenswaardig is. Het gaat dan over het gedrag, vaardigheden of gevoel voor de ander. Geen mens is volmaakt, maar in het verdragen van de andere groeit het besef om die ander niet meer los te laten. In de liefde en de vriendschap verandert het aanvaarden van de ander in het dragen van de ander.
Toen Jezus een tijd met zijn leerlingen onderweg was, wilde hij weten in hoeverre men Hem kende. Vragen over wat anderen over Hem dachten was een eerste stap. Mensen vergeleken Hem met Johannes de Doper of de profeet Elia. Maar daarna wordt Zijn vraag indringender: “Wie zeggen jullie dat ik ben”. Die vraag roept om een persoonlijk antwoord. Niet langer een beschrijving van wie Jezus is en wat Hij gedaan is. Maar geloof je in Jezus.  Petrus zegt: “U bent de Christus”. Alleen beseft Petrus onvoldoende dat het niet altijd gemakkelijk is om in Jezus te geloven. Zeker wanneer in Zijn leven dingen gebeuren die je niet wilt, maar toch wezenlijk zijn voor die ander. Meermalen wordt het geloof van Petrus op de proef gesteld. Hij maakt Jezus kwaad en laat Hem aan Zijn lot over. Geloven in de ander is vaak als het water van de zee: nu is het rustig en kalm, dan komt de storm op als een verstorend gebeuren.  
Ieder van ons kent een heleboel mensen. Er zijn maar een paar waarmee en grote verbondenheid is. De reden is persoonlijk gekleurd. Een buitenstaander kan zich afvraagt waarom twee mensen bij elkaar blijven bij negatief gedrag en elkaar niet los laten, is het geheim van het leven. Mensen die elkaar gevonden geloven in elkaar en dragen elkaar in het leven, ook al begrijpt de buitenstaander dit niet. Datzelfde geldt ook voor het geloof. Wie Jezus alleen maar beschouwt als een goed mens, een sprekend voorbeeld, houdt Hem eigenlijk buiten de deur. Wie in Hem gelooft integreert Hem in zijn leven. Zo wordt Hij een levende werkelijkheid: gekend en gedragen. Dat is ook het geheim waarom mensen de Kerk niet vaarwel zeggen.