R.K. Parochie H. Eligius Schinveld

Geen duisternis is te groot om Zijn Licht door te laten breken 

De tijd waarin we leven straalt weinig vrolijkheid uit. Je voelt de onzekerheid bij mensen met een winkel of horecabedrijf. Geen omzet levert geen winst op en lasten drukken steeds zwaarder op mensen. Er is ook angst bij mensen die elk contact mijden en zichzelf opsluiten. We doen dingen die we anders niet zouden doen zoals een mondkapje, handen desinfecteren en anderhalve meter afstand. Het verenigingsleven ligt stil en hoe zal het verder gaan. Voor sommigen is de toekomst een zwart gat. Voor anderen leeft de verwachting dat het eens anders zal zijn.

Jezus geeft ons een beeld van de toekomst dat het goede zal blijven en het kwade zal verdwijnen. Daarvoor gebruikt hij het beeld van de schapen en de bokken. De schapen zijn zachtmoedig en eten samen het voedsel dat er is. Zelfs het zwakke schaap, dat niet goed mee kan, wordt mee genomen in de groep. Ze stralen kwetsbaarheid en goedheid uit. De bokken laten een ander gedrag zien. Ze bespringen de schapen en spelen de baas, ze vechten onderling om te zien wie de sterkste is. Ze verstoten degene die niet sterk genoeg is. Jezus geeft ons de verzekering dat de schapen blijven leven en de bokken uiteindelijk verdwijnen. Hij richt ons verlangen op een toekomst waarin wij met het goede verder kunnen.

Als wij op de laatste zondag van het kerkelijk jaar uitzien naar wat komen gaat verschijnt het beeld van Christus, koning van het heelal. Hij is een beeld van bemoediging dat Jezus ons niet in steek laat. Het woord “het Rijk Gods is nabij” klinkt door in het nieuwe kerkelijk jaar en geeft ons het vertrouwen dat het leven doorgaat. De wereld vernieuwt zich voor het aangezicht van God. De mens die het woord van Jezus inhoud geeft in woorden en daden hoeft de vergankelijkheid niet te vrezen. Wat mooi en goed is, zal niet verloren gaan. Dit mogen wij ook toepassen op de tijd waarin wij nu leven. Er komt weer een nieuwe kans om op te bouwen en samen te zijn. Om te genieten en lief te hebben. De Heer laat ons niet in de steek. De zin “geen duisternis is te groot om zijn licht door te laten breken” geldt nog steeds