R.K. Parochie H. Eligius Schinveld

Coronavaccin, de nieuwe Messias

De wereld is vol verwachting. Want naast de vele waarschuwingen horen we ook blijde berichten. Er wordt gesproken over minder besmettingen en nieuwe coronavaccins. Het klinkt als een soort verlossing. Als mensen gevaccineerd worden kunnen wij weer vrijuit gaan leven. Het voelt als een soort onsterfelijkheid. Je hoeft niet meer bang te zijn voor ziekte en dood. Met het leven op aarde kunnen we weer een tijdje vooruit. 

Toch mogen wij de vraag naar de sterfelijkheid niet uit de weg gaan. Sterven en leven verwijzen naar het geloof in God. Van alles wat wij doen en denken moeten wij eens verantwoording afleggen. In afwachting van de komst van de Heer beheren wij datgene wat God ons heeft toevertrouwd. Paus Franciscus heeft dat mooi uitgewerkt in “Laudate si”, een document over het omgaan met Gods schepping. Het gaat over het milieu en alles wat daarmee samenhangt. Hoe kunnen wij werken aan de aarde, waarin de natuur zich kan herstellen en vernieuwen. De mens werkt niet alleen voor zichzelf, maar ook voor de mensen die na ons komen. Hij mag een bepaalde tijd alles beheren, maar moet op een gegeven moment de sleutels weer inleveren.
Een dergelijke gedachte confronteert ons met onze eindigheid, maar ook met Gods belofte dat Hij ons eens meeneemt naar Zijn Woning. In die tussentijd wordt van ons waakzaamheid gevraagd. Het coronavaccin verzekert ons niet van het eeuwig leven. Het kan ons verlossen van een aantal zaken die vervelend en levensbedreigend zijn. Het vaccin dat God ons schenkt leidt ons naar het eeuwig leven. Het wordt herkend in het doopsel. “Ik laat je niet alleen, ik trek met je mee”. Je vindt het ook terug in het vormsel. “Werk met de gaven die God je gegeven heeft”. Het zit in de eucharistie waarin wij kracht ontvangen om te leven naar Gods woord. En tenslotte in de ziekenzalving, waardoor wij toegerust worden om naar Hem terug te keren. Dit mogen wij horen op de eerste zondag van de advent.