R.K. Parochie H. Eligius Schinveld

Het licht dat uitgeblazen werd

Een paar dagen voor Kerstmis wordt het vredeslicht van Bethlehem verspreid over de hele wereld. Dat licht wordt gebracht naar heel wat parochies en moet branden totdat de kaars op is. Een koster echter uit een parochie had na de nachtmis het licht gedoofd omdat het jammer van de kaars was om die in de nacht te laten branden. En bovendien misschien ook gevaarlijk omdat niemand in de kerk was. De volgende morgen werd de kaars weer met een aansteker ontstoken alsof er niets gebeurd was. Wie de achtergrond van dit licht kent wist dat dit niet meer het licht uit Bethlehem was. Dat was gedoofd.
Met een andere gedachte dan van de koster had men in de tijd van Jezus geprobeerd het Licht van Zijn geboorte te doven. Koning Herodes voelde de komst van Jezus als een bedreiging van zijn macht.  De hogepriesters geloofden   niet in Gods belofte, die in vervulling was gegaan. Net als toen zijn er in deze dagen mensen en stromingen die het licht van Jezus’ geboorte willen doven. Vanuit de EU vraagt men niet meer van zalig Kerstfeest te spreken, maar van vrolijke feestdagen. Kerstmannen die lijken op de Germaanse god Wodan leiden ons af van het feest van de geboorte van Jezus, die als het ultieme geschenk van God naar ons toe gekomen is. De eenvoudige mensen en mensen van buitenaf  geloofden in Jezus en schonken aandacht aan Hem: de herders en de drie zieners uit het Oosten.  Ook kinderen genieten intens van beelden in de kerststal. De geboorte van Jezus brengt ons tot eerbied voor ieder kind, waarin God zich aan ons openbaart: kwetsbaar en klein, maar verrassend groot. Als parochies willen wij het licht van Bethlehem brandend houden met een kaars die altijd brandt (de godslamp) zodat dit licht het hele jaar kan schijnen. We willen niet bezuinigen op kaarsvet, maar investeren in het Licht. In die zin wens ik allen een gezegend kerstfeest toe
Klik hier om aan te passen