R.K. Parochie H. Eligius Schinveld

Jezus, vergane glorie?

Enkele jaren geleden bezocht ik de grafkelder van het Habsburgse vorstenhuis in Wenen. Er waren prachtige met beelden opgemaakte tombes te zien, maar ook heel eenvoudige. Het was een ideale plek om te beseffen dat koningen en keizers ook sterfelijk zijn. Datgene wat zij hebben opgebouwd leeft op een andere wijze voort of is totaal verdwenen. Wist u dat wij in Limburg tijdelijk onder de keizer van Oostenrijk hebben gestaan? Op verschillende manieren kwam een einde aan hun heerschappij. De meesten stierven een rustige dood in hun eigen bed en werden tot het einde toe met zorg omgeven, anderen stierven door het zwaard of door de guillotine, weer anderen werden op een geheime plaats geliquideerd. Koningen zijn kwetsbaar. Ze worden geëerd, maar ook het tegendeel bestaat. Gevallen uit de gunst van het volk, telt hun status niet meer en worden zij een speelbal van het volk. Wat eerst hun rijkdom was, kunnen zij nu als buitenstaande bekijken. Koninklijke paleizen zijn vaak een museum geworden, waar bezoekers het leven van vroeger kunnen bekijken. Het is een aanleiding om te beseffen dat alles betrekkelijk is.

Op het einde van het kerkelijk jaar vieren wij het feest van Jezus, Koning van het Heelal. Het herinnert ons aan het  opschrift van het kruis, waaraan Jezus stierf  (Jezus van Nazareth, koning der Joden). Het is een anticlimax op zijn succesvol leven. Het volk liet Hem vallen en hooggeplaatsten bespotten Hem: “anderen heeft Hij gered, zichzelf kan Hij niet redden”. Naast de sterfelijkheid komt in Jezus ook het geloof in de onsterfelijkheid naar voren. “Vandaag nog zult gij met Mij zijn”, zegt Hij tegen een van degenen die met Hem gekruisigd zijn” omdat die in Jezus geloofde. Met Jezus dood wordt ook Zijn verrijzenis ingeluid. Zijn koningschap duurt eeuwig. Nog steeds stoot Hij af en trekt Hij aan. Boeit Hij, irriteert Hij en inspireert Hij. 

Het lied “Aan U o koning der eeuwen” ontstond toen de Kerk uitgroeide tot een organisatie die er mocht zijn. Op heel wat terreinen betekende zij veel voor mensen: onderwijs, ziekenzorg, ontwikkelingswerk, jeugdzorg en ga zo maar door. In onze tijd ervaren wij de kwetsbaarheid van datgene waarin de goedheid van Jezus en zijn liefde voelbaar was. Toen de Kerk uit handen gaf wat zij hadden opgebouwd, bleek dat professionaliteit niet het enige is, waarmee hulpvragen gediend zijn. Even belangrijk is de drijfveer van waaruit mensen handelen. Zonder geloof in Jezus komt dienstbaarheid in het gedrang en komt de neiging naar boven om zich te verrijken door de ander. Zonder geloof groeit de onbetrouwbaarheid omdat mensen hun stoel warm houden in plaats van opkomen voor recht en rechtvaardigheid. Zonder geloof groeit de hoogmoed en eigenwaan, waardoor de mens denkt alles te kunnen en God niet nodig te hebben. Jezus is altijd gericht op de Ander. Het gaat niet om ons, maar om God. Hij voert ons bij aftakeling en dood binnen in het nieuwe leven dat verder gaat en waarin geluk en vrede  blijft bestaan. Wat vandaag verscholen is treedt morgen weer op de voorgrond. In die zin blijft Jezus voor altijd de opbouwer die Koning is van het Heelal. 

Huub Adema