Home >>> Bezinning >>> Bezinning >>> Ongebondenheid in geloof leidt vaak tot zwervend bestaan
PDF Afdrukken E-mail

Ongebondenheid in geloof leidt vaak tot zwervend bestaan

Met enig leedvermaak hoor je mensen wel eens zeggen dat de kerk steeds leger wordt. Als pastoor voel je de pijn en ook de onmacht omdat geloven en gemeenschap bij elkaar horen. Dit wordt door velen niet meer zo gezien, zoals bij het volgende citaat: "Ik ben geen kerkganger meer. De kerk zit voor mij in mijn ziel, ik ben erg gelovig en vind in het universum heel veel steun als ik erom vraag. Bidden en mediteren doe ik elke dag". Toch is geloof meer dan alleen maar je oriënteren op je eigen leven. Geloof wordt vruchtbaar omdat je wilt luisteren naar de stem die zich vanuit de Schrift tot ons richt. Dit kan vanuit het lezen in de Schrift, maar ook door de Schriftlezingen die in iedere eucharistievieringen onder onze aandacht worden gebracht. Dom Helder Camara verwoordde het mooi: "Een mens zonder geloof is een vrager zonder antwoord". Je moet open kunnen staan voor datgene wat de Heer ons te zeggen heeft. Dat is een gave en ook een opgave.

Wat Jezus ons te zeggen heeft door de eeuwen heen brengt ons niet altijd in een blijde stemming. Soms voelen wij door Zijn Woord dat wij tekort schieten of dat van ons onmogelijke dingen worden gevraagd. Zich afkeren van Jezus betekent terug geworpen worden op jezelf en de steun die Hij wil geven niet aanvaarden. Het woord van Jezus "er zijn er onder u die geen geloof hebben" kan heel confronterend zijn. Maar ons ook bewust worden van onszelf.

Vele mensen voelen zich miskend als ze niet meer als gelovigen beschouwd worden. Ze balanceren tussen geloof en ongeloof. Ze willen het geloof niet los laten, maar hebben ook geen thuis waar ze dat geloof kunnen beleven. Dat leidt tot een grote mate van vrijblijvendheid. Geloven is meer dan alleen maar mooie woorden gebruiken over het geloof. "Het geloof is een persoonlijke keuze die zich in het dagelijks leven laat zien". De Kerk wil ons daarbij ondersteunen. Mogen ook wij die toegestoken hand aanvaarden.