Home >> Jeugd en Jongeren >> Verhalen
Verhalen
PDF Afdrukken E-mail

Alles uit de kast!

(Naar Lucas 15: 8 – 10, het verhaal van het verloren geldstuk)

Jezus vertelt een verhaal om uit te leggen dat je niet te snel iemand moet afschrijven. ‘Ze snapte er niets van: gisteren waren het er nog tien en nu nog maar negen. Ze telt de drachmen nog een keer. Het blijven negen munten. Ze haalt diep adem. Niet in paniek raken! Ze doet de la van het kastje waar ze horen te liggen dicht en doet hem dan weer open in de hoop dat het er weer tien zijn. Maar nee. Ze kijkt onder het kastje en erachter. Ze kijkt onder het bed, en onder de tafel. Ze keert het huis met bezemen, want misschien ligt het ergens achter... Maar niks. Ze zoekt zelfs onder het tafelkleed. Hij moet toch ergens zijn? Dan kijkt ze nog eens in het laatje. Kijk nou toch, er zit een spleetje in de bodem. Helemaal achteraan. Gauw doet ze het onderste laatje open en daar ligt hij: de tiende drachme. Ze zucht van opluchting en holt dan naar de buren en roept naar haar vriendinnen: ‘Wat mij nou is overkomen!’ En ze vertelt het hele verhaal in geuren en kleuren. Iedereen is blij voor haar. ‘En je huis ook meteen schoon!’ lacht de buurvrouw.’

Christien Duhoux – Rueb

Bron: Een Zoutkorrel voor elke dag’, SGO /Uitgeverij Hoevelaken, 2011. Thema: Dat is te gek

Laatst aangepast op maandag, 29 augustus 2011 08:51
 
PDF Afdrukken E-mail

De juiste keuze maken is niet makkelijk, of?

De school is weer begonnen en Anneke zit in groep 6. Nu heeft ze soms huiswerk. Dat vindt ze niet zo leuk. Weet je wat ze wel leuk vindt? Hockeyen, paardrijles, ballet en… ze gaat ook nog naar de muziekschool. Daar heeft ze fluitles. Ze mag altijd meedoen als de school een concert geeft. Dat betekent dan extra oefenen. Het wordt wel veel allemaal! Haar vader zegt: ‘Je bent er aan begonnen, nu doorzetten hoor. ‘s Morgens maar vroeg opstaan om je muziek te oefenen en volgend jaar moet je kiezen waar je mee door wilt gaan’. ‘s Avonds in bed ligt ze daar vaak over te denken. Met hockey kan ze toch niet stoppen? De anderen rekenen op haar, want ze is er altijd. Ze zit juist in zo’n goed team! Ophouden met paardrijden? Dan kan ze Blacky ook nooit meer borstelen en kammen. Zou ze dan nog wel in de manege mogen komen? Zou Blacky haar missen? Stoppen met dansen? Als ik niet meer ga, kunnen mijn vriendinnen ook niet meer, want ze rijden altijd met ons mee. En het is toch jammer als ze niet meer mee kan spelen in het orkestje. Zo ligt ze vaak te piekeren in bed.
Op een morgen als ze wakker wordt weet ze de oplossing. Het is zes uur, ze sluipt naar haar vaders bed. ‘Pap, pap, ik weet het. Ik ga volgend jaar niet meer naar school, dan heb ik overal tijd voor’. Slaperig wordt papa wakker, ‘Hè, wat is er, waar heb je het over?’ En dan vertelt Anneke waar ze ‘s avonds over ligt te denken. Papa moet heel hard lachen.
‘Och lieve kind, naar school gaan moet, dat kan niet anders. En dit hele jaar kun alle leuke dingen nog doen, daar kun je niet zo maar mee stoppen, dat begrijp ik best. En voordat je naar groep 7 gaat, maken wij samen een plan. Oké? Ga nu nog maar lekker even slapen want het is nog veel te vroeg om naar school te gaan.’

 

Uit: de methode voor kinderdienst Bonnefooi

Reda@ctie Service 58

Laatst aangepast op maandag, 29 augustus 2011 08:50
 
PDF Afdrukken E-mail

De foto’s

Gek, als klein kind denk je er niet zo bij na. Je woont bij je oom en tante, en dat is altijd zo geweest. Zo lang als jij je kunt herinneren.
Maar er komt een moment waarop je denkt: ‘Wat vreemd, ik heb geen vader en moeder!’
Zo was het ook bij Juanita. Ze herinnert het zich nog goed. Ze was nog maar klein. Ze zaten te eten, aan de tafel op de veranda: oom Oscar, tante Nora en zijzelf. En tussen twee happen door had ze gezegd: ‘Jullie zijn mijn ouders niet.’
‘Dat klopt,’ antwoordde oom Oscar, ‘jouw vader en moeder zijn lang geleden overleden. Dat hebben we toch wel verteld?’
Juanita knikte. ‘Dat hebben jullie verteld. Maar nu pas denk ik er echt over na. Ik wil er meer van weten, van mijn vader en moeder. Waar ze woonden en zo. Wie ze waren.’
Tante Nora stond op. ‘Ik heb wel wat foto’s van ze.’
Ze ging het huis in, om in een kast te gaan zoeken. ‘Eet nou eerst je eten op,’ zei oom Oscar.
‘Ik heb ze al,’ zei tante Nora. Ze ging naast Juanita zitten en legde een paar foto’s op tafel. ‘Kijk dat waren jouw vader en moeder.’
Juanita bekijkt de foto’s heel aandachtig. Het zijn geen vreemden. Ergens hebben ze iets bekends, allebei. ‘Opeens herinner ik mij wat dingen van vroeger,’ zegt Juanita. ‘Net alsof ik droom.’ Ze kijkt haar oom en tante aan. ‘Ze waren erg lief hè?’
‘Ze waren erg lief voor jou,’ zegt oom Oscar.
‘Waar woonden ze eigenlijk?’ vroeg Juanita. ‘Hier in dit huis?’
‘Ze woonden een paar dorpen verderop,’ vertelt tante Nora. ‘Daar woonden oma en opa ook, toen die nog leefden.’
‘Daar wil ik kijken.’
‘Afgesproken,’ zei oom Oscar. ‘Na de regentijd gaan we erheen.’
‘Vinden jullie het gek dat ik dat allemaal vraag?’
‘Nee hoor,’ vindt tante Nora. ‘Iedereen wil weten wie hij is en waar hij vandaan komt.’
Juanita pakt de foto’s op. ‘Mag ik die houden?’
‘Natuurlijk!’ roepen oom en tante tegelijk. ‘We hebben ze speciaal voor jou bewaard, voor als jij er naar zou vragen.’
Juanita drukt de foto’s tegen zich aan. ‘Die foto’s hè, die houd ik altijd bij me. Dan heb ik altijd mijn vader en moeder bij me.’

Bron: de methode voor kinderdienst Bonnefooi.

Laatst aangepast op zondag, 19 september 2010 10:04
 
PDF Afdrukken E-mail

God kwijt

Er was een monnik die in een klooster woonde, terwijl hij eigenlijk niet meer geloofde dat God bestond. Toch hield hij het leven van een monnik vol. Zes keer per dag ging hij naar de kapel om te bidden en te zingen zoals hij dat had geleerd. Waarom? ‘Misschien,’ zei hij, ‘vind ik God terug.’

Kan dat, dat je God kwijt raakt? Ook mensen die intens geloven kan dat gebeuren. Eerst voel je je dicht bij God, maar ineens, of beetje bij beetje, weet je het allemaal niet meer zo zeker. Of er gebeurt iets ingrijpends, en je bidt intens, maar je krijgt geen antwoord.

In de bijbel staat een lied van iemand die ook God is kwijtgeraakt: Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten? Ik schreeuw om hulp, maar u bent zo ver weg. Dag en nacht roep ik, maar u, mijn God, antwoordt niet, voor mij hebt u geen aandacht. Is dat dan het einde van je geloof?

Net als die monnik houdt de dichter het vol om op God te wachten. Hij blijft zeggen: God veracht de armen niet, aan hun ellende gaat hij niet voorbij. Hij keert zich niet van hen af, hij antwoordt als zij om hulp roepen. Geloven is niet altijd zeker zijn en je dicht bij God voelen. Het is soms ook: God kwijt zijn, en wachten tot je hem weer vindt.

Ria Pasterkamp
(Psalm 22: 1-3.25 Groot Nieuws Bijbel)

Laatst aangepast op zondag, 19 september 2010 10:04
 
PDF Afdrukken E-mail

Grote en kleine spijt

Wat heb je aan spijt? Het is toch gewoon gebeurd? Wat maakt spijt dan nog uit?
Toen Gisela nog jong was, zei ze op een keer: ‘Je hebt grote spijten en kleine spijten.’Haar vader had gelachen. ‘Wat is het verschil?’ Gisela had het uitgelegd.
‘Kleine spijt heb je van iets dat je weer goed kunt maken. Iets wat je kapot hebt gemaakt, bijvoorbeeld, en wat je weer nieuw kunt kopen. Maar ‘Grote spijt’ heb je als je het nooit meer goed kunt maken.’
Het werd een vaste uitdrukking in de familie: grote en kleine spijt.

Maar nu, zoveel jaar later, had Gisela geen grote spijt, maar verschrikkelijk grote spijt. Enkele weken terug had ze geld geleend van haar oma. Of ‘geleend’? Ze had het stiekem weggepakt. Bijna honderd euro. Als tijdelijke aanvulling op haar zakgeld. Voordat oma het zou ontdekken, wou ze het terugleggen. Maar onverwacht was oma doodgegaan. En nu hoorde Gisela óók nog dat oma het wel degelijk gemerkt had en ze had even Gisela de schuld gegeven. Maar toen had oma resoluut gezegd: ‘Nee, zoiets doet Gisela niet!’ Ja, zoiets deed Gisela wél. En ze kon het nooit meer goedmaken. Vandaar die verschrikkelijk grote spijt.

Kirsten Held

 

Spijt komt altijd te laat.
Jitse, 18 jaar


Spijt over gebeurde dingen moet je leven niet regeren; dan leef je naar het verleden, niet naar de toekomst.
Judith, 16 jaar

Bron: ‘Uit: Een Zoutkorrel voor elke dag, SGO Uitgeverij, Hoevelaken, 2007’.

Laatst aangepast op zondag, 19 september 2010 10:04
 
PDF Afdrukken E-mail

Wie doet er wat?

De oude vrouw was uitgegleden in de parkeergarage. Het was avond. Het gebeurde nog wel op de plek waar ze zich altijd wat angstig voelde. Het was er donker en stil. Ze was met een harde smak op de grond gevallen. Ze kon niet meer opstaan. Haar been deed enorm pijn. Het was een poos stil gebleven. Toen hoorde ze voetstappen. Die hielden even op en daarna gingen ze snel verder. De vrouw was verbijsterd. Even later stopte er een motor. Ze zag een grote kerel afstappen. Hij droeg een zwarte leren jack. Piercing in zijn oren en neus, tatoeage op zijn gezicht. De vrouw kreeg de schrik van haar leven. Ze raakte bewusteloos. Op een gegeven moment kwam ze weer bij kennis. Ze merkte dat ze in een ambulance lag. ‘Wat is er gebeurd?’, vroeg ze. En de broeder antwoordde: ‘We hebben u opgehaald. Dankzij een aardige motorrijder. Hij had u gevonden in de parkeergarage en meteen de alarmcentrale gebeld. We hebben zijn naam en adres. U kunt hem nog eens bellen. ‘Ja’, zei de vrouw met een glimlach,’ dat zal ik zeker doen. Gelukkig zijn er nog goeie mensen. En soms zijn dat mensen van wie je het helemaal niet had verwacht.’

Eens vertelde Jezus een soortgelijk verhaal. Er was eens een man die werd aangevallen door rovers. Hij lag aan de kant van de weg. Toen kwam er een priester langs. Die liep met een grote boog om hem heen. Daarna kwam een Leviet, ook een gelovige man. Maar ook die stak geen hand uit naar de gewonde man. Tenslotte kwam er een Samaritaan voorbij. Samaritanen waren destijds vijanden van de joden. En juist deze Samaritaan bood hulp. Hij verzorgde zijn wond en bracht hem naar de herberg.
En Jezus besloot: ‘Wat denkt u? Wie van deze drie is de naaste geweest van de man die in handen viel van de rovers?’
37  ‘Degene die zich het lot van de man aantrok,’ antwoordde de wetgeleerde. En Jezus zei: ‘Ga dan en doe als hij.’

Wie doet er wat? De Samaritaan en de motorrijder geven je het goede voorbeeld.

Hans Tissink
(Lucas 10: 36,37, Groot Nieuws Bijbel)

Bron: ‘Uit: Een Zoutkorrel voor elke dag, SGO Uitgeverij, Hoevelaken, 2007’.

Laatst aangepast op zondag, 19 september 2010 10:05
 
«StartVorige123VolgendeEinde»

Pagina 1 van 3