R.K. Parochie H. Eligius Schinveld

Het kindje dat geen boeddhist werd

Jaren geleden vroegen ouders mij of hun kind gedoopt kon worden. Het was wel reeds drie jaar oud. Uiteraard zijn wij blij met iedereen die opgenomen wil worden in onze kerkgemeenschap. Tijdens het gesprek rondom de doop bleek dat de ouders plannen hadden gehad om naar India te gaan. Daar kent het boeddhisme veel aanhang. Wellicht zou hun kind boeddhist geworden zijn. Nu ze besloten hadden in Nederland te blijven vonden ze het belangrijk om hun kind te laten dopen. Dan kon het ook mee doen met de eerste communie. Toen het moment van de doopviering aanbrak, rukte het kind zich los uit de armen van de ouders en rende heen en weer door de    doopkapel, terwijl in een rap tempo het ene gebed na het andere werd gebeden. Immers, de aandacht 

 

ging meer uit naar de rondrennende peuter dan naar datgene wat werd gezegd werd. Toen het moment van de doop aangebroken was, moest de dopeling gevangen worden en onderging krijsend de drievoudige besprenkeling met doopwater. Daarna werd het weer los gelaten en zoals een hert, verstrikt in een draad en daarvan bevrijd door voorbijgangers, waarna het verdween in de bossen, zo sprong de dopeling vervolgens weer rond in de gewijde ruimte. Hoe het verder met dit kind verlopen is, weet ik niet. En of het geloof wortel geschoten heeft, is mij onbekend. Waarschijnlijk is het de weg gegaan van vele gedoopte. Een weg waarbij Jezus aan de horizon verdween.
Het is interessant dat de ouders het geloof afhankelijk maakten van de omgeving waarin het kind verkeert. Toch is het geloof meer dan een kwestie van cultuur. In het evangelie wordt gesproken over ‘geroepen worden’. Jezus presenteert zich als degene die licht is komen brengen in de duisternis. Je kunt dat woord aan je voorbij laten gaan, maar er ook op ingaan. “Bekeert u, want het Rijk der hemelen is nabij”. Verschillende mensen geven gehoor aan zijn oproep om met Hem mee te gaan. Zij worden apostelen genoemd. Zij zijn niet alleen geroepen, maar worden later ook uitgezonden. In die zin is er een verbinding tussen doopsel en vormsel. Jezus volgen is niet alleen maar ontvangen, maar ook geven.
Geloof is geen kwestie van cultuur of traditie, maar van relatie. Het doet me altijd goed om mensen te ontmoeten waar het geloof van binnenuit beleefd wordt. Mensen die Jezus mee dragen in hun hart komen daar ook voor uit. En nemen anderen mee in hun enthousiasme. Dat zijn de mensen die wij nodig hebben in onze tijd: volgelingen van de Heer. Geloof is geen garantie voor een gemakkelijk leven. Soms zijn er periodes van dorheid en twijfel. Trouw blijven aan onze roeping, ondanks alles versterkt onze band met de Heer. Doopsel is meer dan een ritueel. Het markeert een nieuwe periode van herboren in het leven staan.
Huub Adema, pastoor.