R.K. Parochie H. Eligius Schinveld

Dood of ontslapen

Een aantal jaren geleden was veel aandacht voor het AID-apparaat. Heel wat mensen werden opgeleid om dat apparaat te bedienen. Het hart kon op gang gebracht worden door de borstkast in te drukken en mond op mondbeademing toe te passen. Zo werd geprobeerd om de mens met hartfalen tot bewustzijn te brengen. Bewonderenswaardig is het hoeveel mensen na een oproep beschikbaar zijn om de eerste hulp te verrichten. De ervaring leert dat een aantal mensen hierdoor worden gered.
In de tijd van Jezus bestond geen AID. Wanneer mensen een dierbaar iemand dreigden te verliezen, wendden zij zich in hun machteloosheid vaker tot Jezus, die al vele keren had laten zien hoe hij mensen weer tot leven bracht. Het ging niet alleen om mensen die geïsoleerd werden door ziekte, of genegeerd werden door misstappen. Maar ook om mensen die op sterven lagen of al dood waren. In het leven van Jezus is ‘dood’ een vreemd begrip. Jezus sprak van een diepe slaap. Uit de smeekbede van de romein Jaïrus spreekt het vertrouwen in Jezus voor het behouden van het leven van zijn dochtertje. Mensen om hem heen zeiden: val de Meester niet langer lastig, uw dochter is gestorven. Jezus laat zien dat het nooit te laat is om een beroep op Hem te doen. Waar voor velen de situatie hopeloos lijkt, geeft hij hoop. Waar voor velen de dood onherroepelijk is, brengt Hij leven. Dat herkennen wij ook in het verhaal van het dochtertje van Jaïrus. Jezus ging de kamer van het kind binnen en sprak: dit kind is niet gestorven, maar slaapt. Ook al is het op dat moment niet aanspreekbaar, toch is het leven uit dit kind niet weg. Door een woord van Jezus komt ook dit kind tot leven. “Meisje, ik zeg je: sta op” en het kind stond op en liep rond. Met het woord ontslapen wordt aangeduid dat de dood voor iemand die vanuit God leeft niet meer bestaat. God wil niet de dood, maar het leven. Dat horen wij ook terug in de uitvaartliturgie. Eens zullen wij onze dierbaren terugzien. Zij zijn ontslapen in de Heer. Bij Hem vinden zij opnieuw het leven.

Geloven dat de dood niet het laatste woord heeft, dragen wij als christen met ons mee. Door dit te geloven kunnen wij heel wat aan. Op momenten waarop wij geconfronteerd worden met een doodlopende weg verliezen wij niet de moed. De dood in de ogen zien, geeft ons een vrijheid om te leven. Het is een andere zekerheid dan de coronamaatregelen ons lijken te geven. Wanneer wij evenals die honderdman onze hulpeloosheid tonen en ons tot Jezus durven te wenden, geeft dat rust in ons hart. Hem toelaten schept vertrouwen om de onbekende weg te gaan. Bij een ziekenzalving ervaar je dat heel sterk. Het geloof dat bij God geen dood meer is, sterkt ons in de overtuiging dat, wanneer mensen zich durven toe te vertrouwen aan Hem, het nieuwe leven nabij komt. Ontslapen in de Heer is een nieuwe werkelijkheid.

Huub Adema