R.K. Parochie H. Eligius Schinveld

In Memoriam

Bij het afscheid van koster Sjeng Vaessen

Fier en met kleine pretoogjes heeft Sjeng 27 jaar lang de parochie gediend.  Toen de kerk zonder koster zat, werd aan hem gevraagd om tijdelijk dit werk op zich te nemen. Dit tijdelijke bleef tot aan zijn dood. Daarbij kwamen zijn organisatorische kwaliteiten hem goed van pas. Dit bleek reeds bij de restauratiewerkzaamheden van de kerk in 1994. Vrijwilligers werden aangestuurd. Wat  afgesproken was werd uitgevoerd en de vieringen konden doorgaan. In de sacristie heerste orde en netheid. Alles lag keurig in laden opgeborgen. Ook in de kast van de kazuifels en alben hing alles netjes gesorteerd in kleuren en op volgorde. Tijdens de viering was Sjeng nauwelijks waarneembaar, maar op momenten dat iets misging was hij de reddende engel om alles weer in goede banen te leiden. Hij had liefde voor het gebouw, de mensen die er kwamen en de aanwezigheid van God.    

 

Sjeng stond ook bekend als iemand die economisch onderlegd was bij het besteden van het geld. Menige lege kas wist hij weer te spekken. Vindingrijk was hij in het verwerven van geldelijke middelen. Van een negatief saldo wist hij een positief saldo te maken en een behoorlijke reserve op te bouwen. Spaarzaamheid was hem van jongs af aan meegegeven. Hij verzorgde jarenlang de administratie en ofschoon hij nooit in die richting had gestudeerd had, maakte hij zich op de computer het programma ‘kerkboek’ eigen. Met grote precisie lette hij op de cijfertjes en kon niet hebben dat er iets niet klopte. De nachtelijke rust offerde hij er zelfs voor op totdat hem te binnen schoot wat hij gemist had. Als penningmeester wist hij vakkundig aan te geven hoe de parochie ervoor stond en de indruk te wekken dat er nooit geld genoeg is. Met een ernstig gezicht vertelde hij dat er een tekort was bij het saldo, maar dat de reserveringen gestegen waren, verbloemde hij op een slimme manier.

Sjeng spreidde een grote dienstbaarheid ten toon. Wanneer er geoefend moest worden of dingen naar de kerk werden gebracht maakte hij de deur open en stond klaar om mensen van dienst te zijn. Altijd kon je een beroep op hem doen. Sjeng was er altijd voor iedereen wanneer er iets in de kerk te doen was.

De pastorie was een verlengstuk van de kerk. Rond negen uur zat hij achter zijn bureau en voor het bestellen van missen of andere zaken kon je bij hem terecht. Hij wist goed met mensen om te gaan en velen te betrekken bij allerlei soorten werk. Een vaste kerngroep had hij nodig om efficiënt te werken. De priesters die te gast waren, waren gecharmeerd door zijn vriendelijkheid en dienstbaarheid op hoge leeftijd.

Sjeng was een humoristisch man die ervan genoot wanneer hij mensen aan het lachen kreeg en met zijn humor kon hij dingen relativeren. Door Sjeng was er gezelligheid, maar werd ook veel werk verzet. Hij wist te luisteren op zijn tijd, en door een kwinkslag een nieuwe wending te geven aan het gesprek. Wat er in zijn eigen leven omging hield hij voor zichzelf. Er waren ook in zijn leven momenten van droefheid en tegenslag, van teleurstellingen en onbegrip. Maar daarover sprak hij niet. Goed voelde hij aan bij mensen, die hetzelfde meemaakten, hoe dit was en zette hen op de weg die hij zelf was gegaan. Op een uitstekende manier wist hij om te gaan met mensen die het moeilijk hadden en zocht met hen naar een oplossing. Bij een sterfgeval stond hij altijd klaar met een troostend woord en een helpend gebaar om   van de viering iets moois te maken.

In het laatste jaar merkte Sjeng dat hij niet het eeuwige leven had. Hierover sprak hij niet en bleef beschikbaar omdat de kerk zijn leven was. In de lockdown van de coronatijd bleef hij noodgedwongen thuis omdat hij behoorde tot de categorie kwetsbare mensen. Hij miste het werk op de pastorie en het bezig zijn in de kerk. Wanneer niemand het zag was hij daar in het verborgene met kleine dingen bezig. Hij stak een kaars op voor zichzelf en anderen. Dat was zijn uiting van geloof. Het aanvaarden van de eindigheid kwam geleidelijk toen de artsen hem zeiden dat zijn leven ten einde liep. Hij wist het wel al langer, maar kon het nog niet geloven. Toen hij het moest geloven, legde hij zijn leven in Gods hand. Degenen die hem dierbaar waren hebben hem tot het einde mogen begeleiden. Toen hij van ons heen ging was er een lach en een traan. Een lach vanwege het mooie wat we met hem mochten beleven. Een traan omdat we weten dat de ontmoeting met Sjeng definitief ten einde is. Zijn stem is verstild. Maar we geloven dat hij de parochie ook nu niet in de steek zal laten. Tegen Onze Lieve Heer zal hij wel vaker zeggen: “Ik moet even naar de kerk van Schinveld  om te kijken hoe alles er bij staat en hoe het met de mensen op aarde gaat. Maar daarna zal hij ook weer terug keren omdat de hemel een wens was die hij op aarde heeft willen realiseren. Een goed mens is van ons heen gegaan. Met dankbaarheid denken wij aan het vele dat hij ons in dienstbaarheid en liefde heeft nagelaten. Mogen wij verder werken aan datgene wat hij heeft opgebouwd aan beschikbaarheid en verantwoordelijkheid.

Huub Adema