R.K. Parochie H. Eligius Schinveld

Dankbaarheid

In iedere mens zit de neiging om datgene wat men krijgt als vanzelfsprekend te beschouwen. Dankbaarheid moet geleerd worden en is vaak een kwestie van opvoeding. Ik hoor nog het woord van mijn moeder, toen ik als kind van iemand een snoepje kreeg of bij een verjaardag een surprise kreeg: “wat zeg je nu?”. Toen het woord ‘dank u wel’ gezegd was, was zij tevreden. Nu besef ik dat dit alles te maken heeft met een bepaald besef van leven. Niets van wat wij in het leven ontvangen is vanzelfsprekend. Ons daarvan bewust zijn maakt ons dankbaar tegenover medemens en God. Het besef dat ons veel gegeven wordt, draagt ook bij tot een houding van bescheidenheid. 

 

Mensen die roepen dat zij op van alles recht hebben, missen die bescheidenheid vaak en eigenen zich  dingen toe die niet aan hun toe behoren.

Jezus stond gevend in het leven. Zelfs wanneer het ging over dingen die niet vanzelfsprekend waren. Wie ziek zocht Jezus op om beter te worden. Wie uitgestoten was, kwam naar Jezus toe, om door Hem aanvaard te worden. Wat Hij hun als genezing aanbood werd ook uitgevoerd. Dat was een kwestie van geloof en vertrouwen. Zo zei Hij tegen de melaatsen: “gaat u laten zien aan de priesters”. Het was een Joods voorschrift dat paste bij de ziekte van melaatsheid. Melaatse mensen mochten niet zomaar onder de gezonde mensen verkeren. Pas wanneer de priesters gezien hadden dat iemand vrij was van melaatsheid mocht hij terug keren. Alle accent ligt op: “ik wil beter worden”. Wanneer dit gebeurd is, is de geneesheer snel vergeten. Slechts één persoon, een Samaritaan die bij de Joden niet meetelde, keerde terug om Jezus te bedanken. Op die manier liet deze zien dat hij in Jezus geloofde. Een geloof dat niet voorbij was, maar meegenomen werd in de toekomst. Zo werd dankbaarheid verbonden met geloof.

Danken is een beetje uit. Wie spreekt er nog een gebed uit wanneer men aan tafel gaat. Of wie dankt God omdat de dag weer goed verlopen is of dat een vakantie geslaagd is. Naarmate mensen zich plaatsen in het centrum van het leven, is alles aan hun ondergeschikt. Hoe sterker het Ik, hoe zwakker de ‘ander’. Wat je ontvangen hebt, lijkt vanzelfsprekend totdat een mens zijn eigen zwakheid en onafhankelijkheid erkent. Wanneer paus Francis een reis onderneemt, legt hij altijd een bloemetje bij het beeld van Maria: door Maria tot Jezus. Ook bij terugkomst is het eerste wat hij doet een bloemstuk bij Maria leggen als teken van dankbaarheid. Dit gebeuren moedigt ook mij aan om te beseffen: niets is vanzelfsprekend. Het mooie, maar ook het moeilijke is een gave van God.